Tegenwoordig willen meer en meer mensen gewicht verliezen. Ze gaan dagelijks op de weegschaal staan en hopen dat het getal lager is dan de dag ervoor. Maar sommige mensen die zichzelf te zwaar vinden, hebben een normaal vetpercentage. Terwijl het bij andere mensen net andersom is.
Een menselijk lichaam bestaat uit verschillende onderdelen zoals spieren, beenderen, vet, organen en natuurlijk heel veel water. Het lichaamsvet is het percentage vet dat ons lichaam heeft. Iemand kan 25 % lichaamsvet hebben zonder dat dit enige medische problemen voortbrengt. Je hebt altijd een bepaald percentage vet nodig om normaal te kunnen functioneren.Hoeveel lichaamsvet mag je dan hebben? Dit hangt van verschillende factoren af. Vrouwen hebben sowieso meer lichaamsvet nodig dan mannen. Dit komt omdat de borsten en de heupen van vrouwen veel meer vet bevatten dan die van de mannen. Wanneer een vrouw te weinig lichaamsvet heeft, kan de menstruatiecyclus stoppen. Een andere factor bij het bepalen van je lichaamsvet is de leeftijd. Wanneer mensen ouder worden, hebben ze van nature meer vet.
Het BMI of de Body Mass Index heeft op zich niets met het vetpercentage te maken. Maar al te vaak vergissen mensen zich tussen deze twee. Wanneer iemand een BMI van 29 heeft, wat te hoog is, wil dat niet zeggen dat deze persoon een lichaamsvetpercentage van 29 % heeft. Want dit kan een perfect normaal vetpercentage zijn.Een BMI-berekening zegt enkel iets over je gewicht ten opzichte van je lengte. Mensen die erg klein zijn of veel spieren hebben zullen een afwijkend BMI hebben terwijl hun vetpercentage perfect normaal is.
Er zijn verschillende methodes om je lichaamsvetpercentage te bepalen. Wanneer je een zeer precieze berekening wil, is deze ook duurder of moeilijker uit te voeren. Hieronder zijn enkele tests waarmee je je lichaamsvet kan berekenen.- DEXA scan: een volledige X-stralenscan van het lichaam. Het bepaalt erg nauwkeurig je lichaamsvetpercentage.- Hydrostatisch wegen: een weegmethode waarbij je onder water gewogen wordt, geeft een zeer accuraat resultaat wanneer professionals het begeleiden.- ‘Knijptest’: een eenvoudige methode die best wordt uitgevoerd door iemand die ervoor opgeleid is. Mensen die er niet goed voor opgeleid zijn, zullen deze test foutief afnemen waardoor je een fout resultaat krijgt.
afslanken, afvallen, BMI, lichaamsvet, lichaamsvetpercentage, vermageren, wegen Over wat nu precies obesitas veroorzaakt, is al veel geschreven en verteld, maar men is het er nog altijd niet over eens. Voorlopig lijkt het erop dat meerdere factoren obesitas in de hand kunnen werken.
Uit onderzoek is gebleken dat als een van de ouders zwaarlijvig is, de kinderen 30% meer risico lopen ook te zwaar te worden. Als allebei de ouders zwaarlijvig zijn, loopt dit op tot 70%.
De genen spelen een rol, maar de huidige toename van obesitas is niet alleen te wijten aan erfelijke factoren. Kinderen zijn ook erg vatbaar voor omgevings- en culturele factoren. Zo zullen ze de slechte eetgewoonten van gun ouders overnemen.
Veel zwaarlijvige personen eten ’s avonds meer dan ’s ochtends. Ze hebben de neiging het ontbijt over te slaan. Dat heeft een erg slechte invloed op het overgewicht. Als je ’s morgens een goed ontbijt neemt, verbrand je door de dag de calorieën die hebt opgenomen.
Als je ’s avonds veel eet, ga je doorgaans minder calorieën verbranden. ’s Avonds zitten mensen vaak voor de tv en bewegen ze niet veel meer. De calorieën worden dan sneller opgeslagen in de vetten.
Meer calorieën innemen dan je verbruikt leidt tot zwaarlijvigheid. Daarom moeten zwaarlijvige personen proberen hun calorie-inname te beperken en meer te bewegen.
In onze samenleving is er steeds meer plaats voor comfort en steeds minder voor beweging. In de winkel kun je de roltrap nemen, in een hoog gebouw de lift, enz. Mensen blijven graag thuis om gezellig te ‘cocoonen’, waarbij er al helemaal geen plaats is voor beweging. Die sedentaire levensstijl heeft zo zijn gevolgen en leidt tot zwaarlijvigheid.
BMI, erfelijkheid, obesitas, overgewicht, zwaarlijvigheid Obesitas wordt steeds meer beschouwd als de ziekte van de 21ste eeuw. Obesitas is de benaming voor de aandoening waarbij er sprake is van een veel te hoog gewicht. Iemand met obesitas heeft dus een veel hoger gewicht dan gemiddeld.
De oorzaken van obesitas zijn niet erg duidelijk, maar zijn meestal te zoeken in erfelijke aanleg of omgevingsfactoren. Die omgevingsfactoren kunnen bijvoorbeeld bestaan uit te veel eten, te weinig bewegen of het gebruik van bepaalde medicijnen.
Maar ook de erfelijke factor is niet te onderschatten. Als een van de ouders obesitas heeft, loopt het kind een risico van 30% zelf obesitas te ontwikkelen. Als beide ouders obesitas hebben, loopt het kind een risico van 70% zelf obesitas te ontwikkelen.
De diagnose wordt meestal gesteld met behulp van de Body Mass Index. De BMI is een cijfer dat aan de hand van iemands lengte en gewicht berekent of het gewicht van die persoon in verhouding is tot de lengte. Bij een BMI tussen 19 en 25 is er sprake van een normaal gewicht. Tussen de 25 en 30 is er sprake van overgewicht. Bij obesitas is de BMI hoger dan 30.
Obesitas of zwaarlijvigheid heeft tal van schadelijke gevolgen voor het lichaam: hoge bloeddruk, verhoogd cholesterolgehalte, slaapapneu, diabetes, hart- en vaataandoeningen, artrose, enz.
We spreken van morbide obesitas als de BMI hoger is dan 40. Het risico op aandoeningen en ziekten die kunnen leiden tot een fysieke handicap of een ziekte wordt dan erg groot.
Het is niet aan te raden een zogenaamd ‘crashdieet’ te volgen en in korte tijd heel veel kilo’s kwijt te spelen. Geleidelijk aan afvallen door een gezond dieet te volgen en veel te bewegen is de boodschap. Soms hebben patiënten daar psychologische begeleiding bij nodig.
Als het risico voor de gezondheid echt te groot wordt en de patiënt dringend moet afvallen, kan hij eventueel zijn toevlucht zoeken tot obesitaschirurgie of andere medische ingrepen. Tot die ingrepen behoren onder meer een maagband, gastric bypass, Scopinaro, Masonoperatie en een maagballon.
BMI, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid Obesitaschirurgie is niet bedoeld voor iedereen. Iemand die een kilootje te veel weegt, maar geen ernstig overgewicht heeft, mag de chirurgische ingrepen ter behandeling van obesitas niet eens ondergaan. Zo’n chirurgische ingreep is ook niet zonder risico’s. Bij veel behandelde patiënten treden complicaties op. Ook ligt het sterftecijfer nog altijd hoger dan je zou verwachten.
Een operatie gebeurt dus niet zomaar omdat de patiënt dat wilt. Eerdt wordt er gekeken naar het BMI. Patiënten met een BMI hoger dan 40 komen zeker in aanmerking. Die mensen lijden aan morbide obesitas. Dat wil zeggen dat hun gezondheid zo erg in het gedrang komt dat ze dringend moeten afvallen.
Patiënten met een BMI tussen 35 en 40 komen in aanmerking, op een voorwaarde. Ze moeten door hun overgewicht minstens twee andere gezondheidsproblemen hebben, zoals hartritmestoornissen, een hoge bloeddruk, enz.
Die twee groepen, patiënten met morbide obesitas en patiënten met een BMI tussen 35 en 40 en ernstige gezondheidsproblemen, krijgen de ingreep terugbetaald.
BMI, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid Sommige mensen hebben zoveel overgewicht dat het schadelijk is voor hun gezondheid. Om te weten te komen hoe het zit met je gewicht, kun je best je BMI (Body Mass Index) bepalen.
Om je BMI te berekenen moet je je gewicht in kilogram delen door het kwadraat van je lengte in meter.
Een voorbeeld:
Je weegt 70 kilogram en bent 1,80 meter groot:
70 : (1,8 x 1,8)= 70 : 3,24= 21,5 kg.
• Bij een BMI tussen 10 en 18,5 kun je spreken van ondergewicht. Probeer bij te komen en raadpleeg, als dat niet lukt, een arts.
• 18,5-25: gezond BMI: normaal, gezond gewicht
• 25-30: overgewicht. Je bent te zwaar maar het overgewicht leidt nog niet tot ernstige gezondheidsrisico’s.
• 30-40: zwaarlijvigheid, obesitas. Verhoogd risico op aandoeningen als diabetes, hartaandoeningen en rugklachten.
Meer dan 40: ernstige zwaarlijvigheid of morbide obesitas. Je gezondheid is in gevaar!
De BMI-berekening is een indicatie van je overgewicht. Het hoeft niet altijd te kloppen. De berekening houdt namelijk geen rekening met je spiermassa of het beendergestel. Zo kunnen twee personen met eenzelfde BMI een verschillende percentage lichaamsvet hebben. Krachtsporters en bodybuilders komen bij het berekenen van hun BMI vaak uit op overgewicht, hoewel er aan hun lichaam geen grammetje vet te bespeuren valt.
De BMI-berekening is niet van toepassing op kinderen en jongeren van onder de 20. De hoeveelheid vetweefsel zal tijdens de groei namelijk nog veranderen.
BMI, body mass index, obesitas, ondergewicht, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid