Wat je eet, hoe je eet en hoeveel je eet, verandert nadat je een gastric bypass ondergaan hebt. De operatie heeft immers de anatomie van je spijsverteringssysteem veranderd. Je maag is nu veel kleiner en delen van je dunne darm worden overgeslagen. Een diëtist kan je helpen met het opstellen van een aangepast dieet. Het zal immers wennen zijn.
Tot één à twee dagen na de operatie zul je niet mogen eten. Daarna mag je enkel die producten consumeren die opgenomen zijn in het aangepaste dieetprogramma. Op die manier kan je lichaam genezen en worden de lichaamsdelen die nog moeten genezen niet te veel onder druk gezet. Je lichaam kan zo ook langzaamaan wennen aan je nieuwe eetgewoonten. Hierin kun je verschillende fasen onderscheiden:
1. Vloeistoffen
Voedsel dat vloeibaar of half vloeibaar is, vooral water bevat en op kamertemperatuur te consumeren is. Voorbeelden hiervan zijn sap, bouillon, pap en magere roomsoep. Het vloeistoffendieet moet je ongeveer twee dagen volgen.
2. Gepureerd voedsel
Voedsel dat eruit ziet als een zachte brij of een dikke vloeistof. In gepureerd voedsel zitten geen ‘vaste stukjes’ eten. Het gepureerd voedsel-dieet moet je twee tot vier weken volgen.
3.Zacht voedsel
Mals voedsel dat gemakkelijk te kauwen is, zoals gemalen of zeer fijn gesneden vlees, ingeblikt of zacht fruit en gekookte groenten. Zacht voedsel moet je zo’n acht weken eten voordat je mag overstappen naar normaal voedsel.
Tijdens het dieet moet je meerdere kleine maaltijden per dag eten en in kleine slokjes drinken. Begin met zes kleine maaltijden per dag, maak daar vervolgens vier van, om uiteindelijk te eindigen bij het normale aantal van drie per dag. Elke maaltijd moet bestaan uit proteïnerijke producten, zoals mager vlees, magere zuivelproducten (yoghurt, kaas) of eieren. Proteïnen zijn erg belangrijk voor het herstel van je lichaam na de operatie.
De veranderingen van ons spijsverteringssysteem hebben een invloed op de hoeveelheid die we kunnen eten en drinken bij iedere maaltijd. Om problemen te vermijden en ervoor te zorgen dat je de voedingsstoffen krijgt die je nodig hebt.
1. Eet kleine hoeveelheden
Juist na je operatie kan je maag maar 100 à 200 gram voedsel bevatten. Maar hoewel je maag na verloop van tijd kan uitzetten en weer meer voedsel aankan, zul je na drie maanden nog altijd niet meer dan 1 à 1,5 kopje voedsel per dag kunnen eten. Te veel eten zorgt er niet alleen voor dat je meer calorieën consumeert dan je nodig hebt, maar veroorzaakt ook pijn, misselijkheid en braken. Eet alleen de aangeraden hoeveelheden en stop met eten voordat je je te vol voelt.
2. Eet en drink langzaam
Te snel eten en drinken kan leiden tot het dumpingsyndroom. Als voedsel en drank je dunne darm te snel bereiken, kan dat misselijkheid, braken, diarree, duizeligheid en zweten veroorzaken. om het dumpingsyndroom te voorkomen, kan je best voor drank en voedsel kiezen dat niet veel suiker en vet bevat. Neem kleine hapjes eten en kauw ze tot puree voordat je ze doorslikt.
3. Drink tussen de maaltijden
Vloeistoffen drinken bij je maaltijd kan leiden tot pijn, misselijkheid, braken en het dumpingsyndroom. Als je bij het eten veel drinkt, kan je je al snel vol gaan voelen, wat je het eten van voedselrijk voedsel belet. Probeer 6 tot 8 glazen per dag te drinken.
4. Probeer nieuw voedsel uit
Na de operatie kunnen bepaalde producten leiden tot pijn, misselijkheid en braken of kan het blokkeren van de opening van de maag. Of je bepaalde voedingsproducten tolereert, hangt af van persoon tot persoon. Probeer elke keer maximum één nieuw product en kauw het grondig voor je het doorslikt. Als je je slechter gaat voelen, eet het dan niet. Misschien kun je ze na verloop van tijd terug eten. Voedsel en drank die een risico vormen zijn onder meer brood, pasta, rijst, rauwe groenten, melk en koolzuurhoudende dranken.
5. Neem vitaminen- en mineralensupplementen
Na de operatie, zal je lichaam moeite hebben met het opnemen van voedingsstoffen. Het grootste deel van je maag en van je dunne darm wordt namelijk overgeslagen, waardoor de voedingsstoffen minder goed worden opgenomen. Neem dus regelmatig vitaminen- en mineralensupplementen.
afslanken, afvallen, gastric bypass, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, zwaarlijvigheid Obese patiënten kunnen veel baat hebben bij een gastric bypass-operatie. Een paar van de voordelen die ze eruit halen zijn gewichtsverlies, het verdwijnen van diabetes, rugpijn en andere kwaaltjes. De nevenwerkingen beperken zich meestal tot kleinere problemen als misselijkheid, braken, constipatie en andere maagaandoeningen.
Maar een gastric bypass is geen lichte operatie en er zijn ook enkele risico’s aan verbonden. Patiënten met obesitas zijn moeilijker te opereren dan mensen met een normaal gewicht. Er kunnen altijd complicaties opduiken. Er kan bijvoorbeeld een lek optreden op de plaats van de operatie, of de patiënt kan last krijgen van ontstoken darmen.
Patiënten kunnen verder ook aan bloedarmoede, osteoporose of een metabolische bottenziekte ontwikkelen. Obese patiënten kunnen na de operatie bloedklonters krijgen, waardoor ze meer risico lopen op een hartaanval of een beroerte. 2% van de patiënten sterft tijdens de operatie. Om het risico te beperken bespreek je met de chirurg best op voorhand al je gezondheidsproblemen.
Met andere woorden, een gastric bypass is zeker het overwegen waard, zolang de patiënt goed wordt voorbereid op de procedure en hij voldoende advies krijgt.
afslanken, afvallen, gastric bypass, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, zwaarlijvigheid Ondanks het feit dat een gastric bypass een grote ingreep is waarna je je levensstijl helemaal overhoop moet gooien, zouden de meeste patiënten er meteen weer voor kiezen. Voormalige gastric bypass-patiënten verliezen gemiddeld meer dan 50 kilo. Zij voelen zich beter, actiever en nemen aanzienlijk veel minder medicatie tegen obesitasgerelateerde gezondheidsproblemen (diabetes, hoge bloeddruk, slaapapneu, enz).
Gastric bypass-chirurgie is niet altijd even gemakkelijk of veilig. Het percentage dodelijke ingrepen ten gevolge van complicaties ligt rond 1%. Bijna 20% van de patiënten hebben aanvullende chirurgie nodig om complicaties zoals abdominale hernia te herstellen. Door malabsorptie in het verkorte spijsverteringskanaal, ontwikkelt ongeveer 30% van de patiënten aandoeningen die te wijten zijn aan ondervoeding, zoals bloedarmoede of osteoporose.
Het grote voordeel van een gastric bypass is natuurlijk dat de medische aandoeningen ten gevolge van obesitas zullen verdwijnen, het nadeel is dat je je eetgewoonten permanent moet veranderen. Voor de operatie moeten patiënten dus kunnen aantonen dat ze de ingreep ook psychologisch aankunnen. Kunnen ze hun levensstijl wel aanpassen en gezond leren eten?
Een gastric bypass is geen magische ingreep waarmee je gewicht in geen tijd verdwijnt en je verder niets hoeft te doen. Veel patiënten willen dat niet onder ogen zien. Na de operatie moeten patiënten dagelijks meerdere kleine, maar voedselrijke maaltijden innemen. Te veel eten of te zwaar, te gesuikerd of gefrituurd voedsel eten kan de maag overbelasten en leiden tot dumping.
Dumping is het fenomeen dat optreedt wanneer het voedsel de maag vult en rechtstreeks naar de dunne darm loopt. Patiënten hebben dan last van misselijkheid, zweten en rillingen. Patiënten moeten na de operatie leren grondig te kauwen. Meteen na de ingreep vooral veel proteïnen innemen, om zo de beschadigde cellen terug te herstellen.
Na een gastric bypass vermindert het hormoon ghreline, ook wel het ‘hongerhormoon’ genoemd, in het lichaam van de patiënten. Daardoor hebben ze minder de neiging om te eten. Maar na ongeveer zes tot negen maanden zullen de meeste patiënten weer evenveel honger hebben als voorheen.
dumping, gastric bypass, maagverkleining, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid Obesitas wordt steeds meer beschouwd als de ziekte van de 21ste eeuw. Obesitas is de benaming voor de aandoening waarbij er sprake is van een veel te hoog gewicht. Iemand met obesitas heeft dus een veel hoger gewicht dan gemiddeld.
De oorzaken van obesitas zijn niet erg duidelijk, maar zijn meestal te zoeken in erfelijke aanleg of omgevingsfactoren. Die omgevingsfactoren kunnen bijvoorbeeld bestaan uit te veel eten, te weinig bewegen of het gebruik van bepaalde medicijnen.
Maar ook de erfelijke factor is niet te onderschatten. Als een van de ouders obesitas heeft, loopt het kind een risico van 30% zelf obesitas te ontwikkelen. Als beide ouders obesitas hebben, loopt het kind een risico van 70% zelf obesitas te ontwikkelen.
De diagnose wordt meestal gesteld met behulp van de Body Mass Index. De BMI is een cijfer dat aan de hand van iemands lengte en gewicht berekent of het gewicht van die persoon in verhouding is tot de lengte. Bij een BMI tussen 19 en 25 is er sprake van een normaal gewicht. Tussen de 25 en 30 is er sprake van overgewicht. Bij obesitas is de BMI hoger dan 30.
Obesitas of zwaarlijvigheid heeft tal van schadelijke gevolgen voor het lichaam: hoge bloeddruk, verhoogd cholesterolgehalte, slaapapneu, diabetes, hart- en vaataandoeningen, artrose, enz.
We spreken van morbide obesitas als de BMI hoger is dan 40. Het risico op aandoeningen en ziekten die kunnen leiden tot een fysieke handicap of een ziekte wordt dan erg groot.
Het is niet aan te raden een zogenaamd ‘crashdieet’ te volgen en in korte tijd heel veel kilo’s kwijt te spelen. Geleidelijk aan afvallen door een gezond dieet te volgen en veel te bewegen is de boodschap. Soms hebben patiënten daar psychologische begeleiding bij nodig.
Als het risico voor de gezondheid echt te groot wordt en de patiënt dringend moet afvallen, kan hij eventueel zijn toevlucht zoeken tot obesitaschirurgie of andere medische ingrepen. Tot die ingrepen behoren onder meer een maagband, gastric bypass, Scopinaro, Masonoperatie en een maagballon.
BMI, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid Obesitaschirurgie is niet bedoeld voor iedereen. Iemand die een kilootje te veel weegt, maar geen ernstig overgewicht heeft, mag de chirurgische ingrepen ter behandeling van obesitas niet eens ondergaan. Zo’n chirurgische ingreep is ook niet zonder risico’s. Bij veel behandelde patiënten treden complicaties op. Ook ligt het sterftecijfer nog altijd hoger dan je zou verwachten.
Een operatie gebeurt dus niet zomaar omdat de patiënt dat wilt. Eerdt wordt er gekeken naar het BMI. Patiënten met een BMI hoger dan 40 komen zeker in aanmerking. Die mensen lijden aan morbide obesitas. Dat wil zeggen dat hun gezondheid zo erg in het gedrang komt dat ze dringend moeten afvallen.
Patiënten met een BMI tussen 35 en 40 komen in aanmerking, op een voorwaarde. Ze moeten door hun overgewicht minstens twee andere gezondheidsproblemen hebben, zoals hartritmestoornissen, een hoge bloeddruk, enz.
Die twee groepen, patiënten met morbide obesitas en patiënten met een BMI tussen 35 en 40 en ernstige gezondheidsproblemen, krijgen de ingreep terugbetaald.
BMI, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, vetzucht, zwaarlijvigheid Mensen met een zware vorm van obesitas of zwaarlijvigheid, die alles al geprobeerd hebben, zien vaak nog maar een oplossing: obesitaschirurgie. Maar welke soorten obesitaschirurgie bestaan er eigenlijk?
Maagband of maagring: onder de slokdarm plaats je een ring rond de maag, waardoor je een hindernis creëert en het voedsel minder gemakkelijk doorkan.Masonoperatie: bij deze operatie wordt een deel van de maag dichtgeniet, zodat de toegang tot de maag voor een deel belemmerd wordt en het voedsel minder gemakkelijk doorstroomt.Nadelen: patiënten kunnen niet meer alles eten wat ze willen. Als ze te veel eten, moeten ze braken.
Scopinaro-ingreep: het eten vermengt zich normaal in het begin van de dunne darm met gal- en pancreassap. Maar als je een deel van die dunne darm in twee opsplitst, vermengen het voedsel en de verteringssappen zich pas aan het eind.Door die gedeeltelijke vertering komen er minder vetten in het bloed terecht.Nadelen: belangrijke voedingsstoffen, zoals vitamines, calcium,ijzer en magnesium, worden te traag in het bloed opgenomen. De patiënt zal dus voedingssupplementen moeten innemen.
Gastric bypass: de maag wordt in twee delen opgesplitst, waarbij het kleine bovenste deel als reservoir werkt. Dat reservoir wordt verbonden met de dunne darm, waarvan een stuk wordt overgeslagen.Nadelen: meer kans op lekken
afslanken, afvallen, gastric bypass, maagband, Mason operatie, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, scopinaro, vermageren, vetzucht, zwaarlijvigheid Een biliopancreatische derivatie is de meest drastische operatie ter behandeling van obesitas. Vanwege de vele complicaties wordt de ingreep bijna niet meer toegepast. De operatie wordt doorgaans ‘Scopinaro’ genoemd, naar de chirurg die de ingreep in 1976 voor het eerst uitvoerde.
Bij een Scopinaro wordt eerst een groot deel van maag (ongeveer de helft) weggenomen, zodat de patiënt minder zal kunnen eten. Vervolgens wordt, net zoals bij de gastric bypass, een deel van de dunne darm omgelegd (bypass). Het laatste deel van de dunne darm aan het resterende deel van de maag vastgemaakt. Omdat het risico op galstenen na deze ingreep erg groot is, wordt ook de galblaas verwijderd.
Het gewichtsverlies komt op twee manieren tot stand. Enerzijds zal de patiënt zelf minder eten ten gevolge van zijn verkleinde maaginhoud. Anderzijds blijft het gewichtsverlies bestaan door de malabsorptie. Door de bypass vermengt het voedsel zich pas later met de gal- en pancreassappen, waardoor het lichaam minder vetten en koolhydraten opslaat.
• Naadlekkage
• Risico op wondbreuk (scheur in de buikwand, kan uiteindelijk leiden tot buikvliesontsteking, wat zeer gevaarlijk is)
• Maagzweren
• Vaak diarree (vooral na vettig eten) en stoelgang met een hinderlijke geur
• Risico op vitamine- en mineralentekorten
• Risico op maagzweer op de overgang tussen maag en dunne darm
• Eiwittekorten
• Dumpingsyndroom: buikkrampen bij consumptie van suikers
• …
afslanken, afvallen, maagverkleining, obesitas, obesitaschirurgie, overgewicht, scopinaro, vermageren, vetzucht, zwaarlijvigheid De maagband is een van de bekendste chirurgische ingrepen voor de bestrijding van morbide obesitas. Een maagband (gastric banding) is een band van silicone die in het bovenste deel van de maag wordt gelegd, om zo een klein maagje te creëren boven de rest van de maag. Op die manier wordt er een zandlopereffect bekomen.
Ingenomen voedsel komt eerst in het kleinste deel van de maag terecht, waardoor de patiënt sneller een vol gevoel krijgt en minder kan eten. Langzaam stroomt het voedsel dan door naar de rest van de maag, waar het normaal verteerd kan worden.
Meestal plaatst de chirurg de maagring door middel van een kijkoperatie (laparoscopie) onder volledige verdoving. In enkele gevallen, bijvoorbeeld als er teveel vet rond de maag zit, gebeurt de plaatsing via een grote incisie.
Aan de binnenkant van de maagband zit een verstelbare ballon die via een leiding verbonden is met een reservoir (poortje). Dit poortje wordt tijdens de ingreep in of op de buikspier geplaatst. De dokter kan de maagring groter of kleiner maken door via dit poortje steriele vloeistof bij te spuiten of de ballon te ledigen.
Van alle maagverkleinende operaties is de maagband de minst ingrijpende. Na enkele dagen kan de patiënt het ziekenhuis al verlaten.
Bovendien kan de dokter zonder een operatie de maagring vergroten of verkleinen. Op die manier is het risico op voedseltekorten veel kleiner. Zo kan de chirurg tijdens een zwangerschap de ring zo groot mogelijk maken omdat het dan noodzakelijk is dat de toekomstige moeder voldoende voedsel binnenkrijgt.
Het risico op complicaties is bij een maagband veel kleiner dan bij een maagverkleining. Zo is er bijvoorbeeld geen risico op loslatende hechtingen.
Het is ook mogelijk om de band achteraf te verwijderen. In de meeste gevallen zal de maag dan zijn oorspronkelijke vorm terug aannemen.
Doordat men de maag gaat dichtknijpen met een ring kan men vanzelfsprekend geen grote hoeveelheden voedsel in één keer verwerken. Meestal eten patiënten met een maagring meerdere keren per dag kleine hoeveelheden voedsel. Houd er dus rekening mee dat op restaurant gaan niet meer zo vanzelfsprekend is. Ook in een keer een portie biefstuk met frietjes eten zal niet meer mogelijk zijn.
Helaas betekent minder eten niet altijd gezonder eten. Sommige mensen met een maagband eten wel degelijk minder, maar hun maaltijden bestaan vaak uit snoep of ongezond eten. Dit kan natuurlijk niet de bedoeling zijn. Net zoals bij een dieet moet je gedisciplineerd met voeding kunnen omgaan, anders heeft de maagband weinig effect.
Bovendien blijft het plaatsen van een maagring een operatie waarbij, zoals bij elke operatie, risico’s aan verbonden zijn (longembolie, hartproblemen, wondinfecties, …).
Ook kan de maagwand achteraf beschadigd worden door de band, het reservoir kan ontsteken, de band kan gaan lekken of de ring kan verschuiven. Hierdoor moet de band soms achteraf verwijderd worden.
Omwille van dat risico op complicaties, heeft de gastric bypass de laatste jaren sterk aan populariteit gewonnen ten opzichte van de maagband.
afslanken, afvallen, maagband, maagring, obesitaschirurgie, vermageren